Handboek Burgerschapsonderwijs – Bram Eidhof

Wat is burgerschapsonderwijs? — bureau Common Ground

We spreken van burgerschapsonderwijs wanneer het gaat over:

1    Onderwerpen die een spanning kennen tussen individuele en collectieve of tussen verschillende collectieve belangen of waarden, en niet tot een individueel probleem te reduceren zijn.* Dat zijn (dus) sociale, maatschappelijke en politieke onderwerpen, waarin we afhankelijk zijn van elkaar om tot een goede uitkomst te komen.

2    De manier waarop we – op allerlei niveaus – vanuit deze spanningen, belangen- en waardentegenstellingen tot (nieuwe) besluiten en vreedzame oplossingen komen; of dat nu direct en tussen mensen onderling gaat, of indirect via instituties van democratie en rechtsstaat.

3    Het toerusten van leerlingen met kennis, vaardigheden en houdingen, die ze in staat stellen om zelfstandig te handelen ten aanzien van sociale, maatschappelijke of politieke problemen.

Om een eenzijdig perspectief te voorkomen, reflecteren we daarbij vaak op de rol van burgers, de samenleving, de overheid en het bedrijfsleven. Burgerschap kent immers een ethische of morele kern – in Nederland is die kern gebaseerd op de fundamentele waarden van de democratische rechtsstaat. Daar kunnen scholen zelf specifiekere noties van burgerschap aan toevoegen.

Deze criteria zijn vrij abstract, maar de kans is groot dat leerlingen op uw school er vrijwel dagelijks mee bezig zijn, doordat ze leren nadenken over maatschappelijke thema’s, ook op school met verschillen en conflicten leren omgaan, of nadenken over wat eerlijk of rechtvaardig is. En dat u al een idee heeft van wat burgerschap wel en niet is. U kunt bovenstaande criteria gebruiken om uw ideeën aan te scherpen. Om u nog meer gevoel te geven wat wel en geen burgerschap is, illustreren we deze criteria met een aantal voorbeelden:

Voorbeeld: klimaatverandering

Neem het thema klimaatverandering. We kunnen proberen daar invloed op uit te oefenen. Dat vergt op relatief korte termijn opofferingen, zodat de consequenties van klimaatverandering op lange termijn minder schadelijk zijn voor ons allemaal. Dan lijkt het alsof het individuele belang overeenkomst met het algemene (collectieve) belang van een leefbare planeet. Daar zijn we immers allemaal van afhankelijk. Toch zijn er ook potentiële belangenconflicten. Oudere generaties hebben minder lang te leven, en zullen de consequenties van klimaatverandering dus minder ervaren. Daarmee hebben ze een lager direct belang bij het bestrijden van klimaatverandering dan jongere generaties. Daarnaast kunnen individuen hun gedrag wel aanpassen, maar is bestrijding van klimaatverandering pas effectief wanneer er een zekere mate van collectieve actie plaatsvindt. In dat opzicht zijn we van elkaar afhankelijk. Ons lot is onderling verbonden. Dat geldt niet alleen voor individuen, maar ook voor landen, omdat klimaatverandering zich weinig van landsgrenzen aantrekt. Ten slotte zijn er ook andere collectieve waarden in het spel, zoals het belang van economische groei.

Met burgerschapsonderwijs over klimaatverandering leren leerlingen dat de afweging tussen deze collectieve belangen plaatsvindt in het parlement, maar ook in gemeenteraden en provinciehuizen als er lokaal of regionaal klimaatbeleid wordt gemaakt. De Urgenda-zaak laat bovendien zien dat ook rechtspraak een manier is om conflicten rondom dit soort belangentegenstellingen op te lossen, net zoals klimaatmarsen een manier zijn om de politieke agenda te beïnvloeden.

Voorbeeld: pesten

Een leerling pest een andere leerling. Dat kan heel vervelend zijn. Toch is dit geen burgerschapsonderwerp. Het gaat in deze situatie namelijk om twee leerlingen, dus dat betekent dat het eerste criterium niet gehaald wordt.

Dat criterium halen we pas wanneer we met de hele klas bespreken welke regels we erover willen opstellen. Regels binden individuen aan collectieve afspraken, waardoor individuele vrijheid afneemt. Zowel het proces van opstellen van de regels als het bepalen van de mate waarin regels toereiken en proportioneel zijn is een goede oefening in burgerschap. Vinden we het bijvoorbeeld geoorloofd dat een leerling filmpjes maakt om aan te tonen dat iemand pest, of komt het individuele recht op privacy dan teveel in het geding? En vinden we het verstandiger om het opleggen van eventuele sancties aan de docent over te laten of mag de klas de strafmaat bepalen? In dat geval voldoet het onderwerp wel aan de criteria: het gaat immers over spanningen tussen individu en collectief, in een sociale context.

* Belangen zijn niet alleen financiële belangen, maar kunnen ook verschillende voorkeuren of machtsverhoudingen zijn.

Het Handboek dat Bureau Common Ground schreef, met daarin deze tekst en afbeelding, is gratis te downloaden.