BURGERSCHAP

Burgerschapsonderwijs

Burgerschapsonderwijs is, sinds de nieuwe wetgeving uit 2021, iets waar elke school mee aan de slag moet. De overheid heeft een aantal voorwaarden opgesteld, maar er is heel veel ruimte om zelf invulling te geven. Dat maakt burgerschapsonderwijs een boeiend gebied, waar scholen invulling aan kunnen geven op een manier die bij hun visie en missie past. Tegelijkertijd zorgt die vrijheid ook voor veel onzekerheid en zijn er veel vragen. Alleen al over wat het nou precies is, burgerschap, zijn er diverse definities. Wat wel duidelijk is, is dat burgerschap niet een op zichzelf staand vak is.

Vakoverstijgend

Burgerschapsonderwijs is vakoverstijgend en vraagt om een interdisciplinaire samenwerking tussen docenten, bestuurders en andere onderwijsprofessionals. Ook biedt burgerschap veel ruimte om ‘eigenaarschap’ en ‘persoonsvorming’ nader in te vullen; twee begrippen die op zichzelf al uitdagend zijn en veel vragen van zowel docenten en schoolleiding, als van leerlingen. Ouderbetrokkenheid, ondernemend leren en de school als vitale, verbindende locatie in de wijk zijn ook termen die raken aan aan burgerschapsonderwijs, en zo zijn er nog veel meer.

Doorlopende leerlijn

Burgerschapsonderwijs vereist onder andere het inventariseren en benoemen van wat er binnen scholen al gebeurt op dit gebied, om het formuleren van een ‘moreel kompas’ vanuit het schoolbestuur, om vakoverstijgende samenwerking van docenten, om vergaande leerlingbetrokkenheid en eigenaarschap, om grondige kennis van onder andere wet- en regelgeving, om ruimte voor kritisch denken, aandacht voor houding en (gespreks)vaardigheden en om een doorlopende leerlijn, het liefst vanaf de basisschool. Geen geringe opgave, vooral niet omdat de scholen dit ‘erbij’ moeten doen. 

Burgerschapcoördinator

Graag werk ik aan de vertaling van de wettelijke opdracht naar de dagelijkse praktijk. Ik ben inzetbaar als burgerschapscoördinator. In een traject van ca. 3 maanden bezoek ik wekelijks jouw school en breng ik samen met het team in kaart wat er al gebeurt op het gebied van burgerschapsonderwijs, waar de ‘witte vlekken’ zitten en hoe bestuur, docenten en leerlingen samen vorm kunnen geven aan een duurzame en praktische invulling van de burgerschapsopdracht. 

Open lessen Burgerschap

Ook verzorg ik Open Lessen Burgerschap; lessen bedoeld voor onderwijsprofessionals, leerlingen, ouders en andere betrokkenen. De open lessen zijn thematisch ingedeeld en duren ca. 3 uur. Een deel van de les wordt besteed aan verdieping en verbreding van kennis, de overige tijd wordt in groepen gewerkt aan praktische, vakoverstijgende toepassingen. Voor een aantal van de lessen worden inspirerende gastsprekers uitgenodigd.

Doel van de open lessen is om iedereen die betrokken is bij jouw school de gelegenheid te geven meer te weten over wat burgerschapsonderwijs inhoudt; wat wettelijk verplicht is en waar de speelruimte zit, en om actief mee te bouwen aan  burgerschapsonderwijs dat past bij jouw school. Kernwoorden zijn vakoverstijgend, creatief, doelgericht en in samenwerking met elkaar.

Wil je meer weten, voel je dan vrij om contact op te nemen. Daarnaast verwijs ik graag naar de artikelen op deze website.

Wilma Mulder

Het wetsartikel over actief burgerschap en sociale cohesie, in werking getreden op 1 augustus 2021, is hieronder opgenomen, inclusief een link naar het artikel op de website www.wetten.overheid.nl
De betreffende tekst, Artikel 17, maakt onderdeel uit van de Wet op het Voortgezet Onderwijs. Deze wet, ook wel bekend onder de naam ‘Mammoetwet’, is ingegaan op 1 augustus 1968 en kent inmiddels honderden wijzigingen, waarvan de ‘burgerschapswet’ de meest recente is.
(De wettelijke verplichtingen op het gebied van burgerschap en sociale cohesie gelden uiteraard ook voor andere vormen van onderwijs, die wetswijzigingen zijn hier te lezen.)

Artikel 17 Wet op het voortgezet onderwijs
Artikel 17. Actief burgerschap en sociale cohesie

• 1 Het onderwijs bevordert actief burgerschap en sociale cohesie op doelgerichte en samenhangende wijze, waarbij het onderwijs zich in ieder geval herkenbaar richt op:
o a.het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, zoals verankerd in de Grondwet, en de universeel geldende fundamentele rechten en vrijheden van de mens, en het handelen naar deze basiswaarden op school;
o b.het ontwikkelen van de sociale en maatschappelijke competenties die de leerling in staat stellen deel uit te maken van en bij te dragen aan de pluriforme, democratische Nederlandse samenleving; en
o c.het bijbrengen van kennis over en respect voor verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid alsmede de waarde dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden.
• 2 Het bevoegd gezag draagt zorg voor een schoolcultuur die in overeenstemming is met de waarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, creëert een omgeving waarin leerlingen worden gestimuleerd actief te oefenen met de omgang met en het handelen naar deze waarden en draagt voorts zorg voor een omgeving waarin leerlingen en personeel zich veilig en geaccepteerd weten, ongeacht de in het eerste lid, onder c, genoemde verschillen.

https://www.poraad.nl/wetgeving-en-kerndoelen-burgerschap
Kerndoelen die direct of indirect over burgerschap, gaan zijn in het basisonderwijs ondergebracht bij het leergebied ‘Oriëntatie op jezelf en de wereld’. In dit leergebied oriënteren leerlingen zich op zichzelf, op hoe mensen met elkaar omgaan, hoe ze problemen oplossen en hoe ze zin en betekenis geven aan hun bestaan. De huidige kerndoelen voor burgerschap zijn:

· Kerndoel 36: de leerlingen leren hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting en de rol van de burger. · Kerndoel 37: De leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen. · Kerndoel 38: De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.

Andere kerndoelen die gerelateerd worden met burgerschap zijn kerndoel 34, 35, 39. Ook 47 en 53 kunnen in verband worden gebracht. Buiten het leergebied OJW zijn er ook kerndoelen Nederlandse Taal die relevant zijn, waar aandacht is voor discussie, informeren en mediawijsheid. Met name kerndoel 3 en 6.

Het project ‘Versterking burgerschap in het vo’ van de VO-raad faciliteert bestuurders en schoolleiders bij het vormgeven van goed burgerschapsonderwijs; van het (door)ontwikkelen van een visie – vormgegeven vanuit de eigen schoolvisie – en de vertaling hiervan naar doelen, beleid en praktijk tot het borgen van burgerschap in de school.

Wat de VO raad verstaat onder burgerschap is gevisualiseerd in onderstaande poster.

https://www.mboraad.nl/themas/loopbaan-en-burgerschap

Onderwijs op het mbo betekent meer dan studenten voorbereiden op de arbeidsmarkt. Het mbo kent een drievoudige kwalificering en leidt studenten op voor (1) een beroep, (2) een vervolgopleiding en (3) tot burgers die volwaardig deelnemen aan de maatschappij. Daarom gelden voor iedereen die een mbo-diploma wil halen naast beroepskwalificatie-eisen ook algemene eisen: Nederlands, rekenen, Engels (voor mbo 4) en loopbaan en burgerschap.

Het onderdeel burgerschap bereidt de mbo studenten voor op volwaardige deelname aan de maatschappij en goed kunnen functioneren in hun beroep. De vaardigheden, houding en kennis die daarbij horen zijn beschreven in vier burgerschapsdimensies: de politiek-juridische dimensie, de economische dimensie, de maatschappelijk-sociale dimensie en de dimensie vitaal burgerschap. In september 2017 september ondertekenden de minister van OCW en de MBO Raad de burgerschapsagenda mbo (2017-2021). De agenda is een initiatief van het ministerie en de scholen zelf, en heeft als doel het burgerschapsonderwijs in het mbo naar een hoger plan te brengen.
 
Kennispunt MBO Burgerschap

Het Kennispunt MBO Burgerschap ondersteunt scholen bij het vormgeven van goed burgerschapsonderwijs en is verantwoordelijk voor de uitvoering van verschillende activiteiten uit de Burgerschapsagenda mbo. Het Kennispunt MBO Burgerschap is er voor mbo-docenten die een rol spelen in het burgerschapsonderwijs, maar ook voor beleidsmakers en managers en organisaties die activiteiten verrichten op het gebied van burgerschap. Dit gebeurt onder andere in een klankbordgroep, op regionale netwerkbijeenkomsten en op een jaarlijkse studiedag. Uiteraard wordt er ingespeeld op de diversiteit van de mbo scholen. Organisaties die met mbo-scholen samenwerken krijgen in het kennispunt een podium. Het Kennispunt MBO Burgerschap heeft een website en brengt maandelijks een nieuwsbrief uit.

https://www.curriculum.nu/voorstellen/burgerschap/uitwerking-burgerschap/
Visie op het leergebied burgerschap
Burgerschapsonderwijs rust leerlingen toe om op basis van eigen idealen, waarden en normen te functioneren in een democratische en diverse samenleving. Burgerschapsonderwijs draagt bij aan het ontwikkelen van het vermogen en de bereidheid om binnen de kaders van de democratische rechtsstaat een bijdrage te leveren aan de instandhouding of verdere ontwikkeling van een democratische cultuur.* In een democratische rechtsstaat kiezen burgers hun volksvertegenwoordiging. Grondrechten beschermen hen tegen willekeur en machtsmisbruik. Aan onze democratische rechtsstaat liggen historisch drie basiswaarden ten grondslag: vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Nadenken over de betekenis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en jezelf daartoe leren te verhouden is een formele taak van burgerschapsonderwijs. Wat deze waarden precies betekenen en hoe zij zich tot elkaar verhouden is voor meerdere uitleg vatbaar en onderwerp van discussie. Dat biedt scholen de mogelijkheid om eigen accenten te leggen. Hieruit ontstaat ruimte om invulling te geven aan de eigen identiteit en onderwijsvisie. Vanzelfsprekend staat het scholen vrij om hier andere waarden aan toe te voegen die de morele betrokkenheid van mensen op anderen uitdrukken, zoals (maatschappelijke) verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid, naastenliefde of volwassenheid. Democratie veronderstelt en biedt ruimte aan een diversiteit van opvattingen en levensstijlen. Sociale cohesie blijft daarbij van belang en vraagt om een inspanning om gedeelde waarden te vieren en verder te ontwikkelen. Leerlingen ontwikkelen burgerschapsvaardigheden rond de inhoudelijke kernen democratie en diversiteit. Dit oefenen zij daarnaast in het omgaan met maatschappelijke vraagstukken waarin waarden en belangen nadrukkelijk een rol spelen, zoals globalisering, duurzaamheid en technologie. Burgerschapskennis en -vaardigheden doen leerlingen op in vak- en leergebieden, vakoverstijgende projecten en -activiteiten, door het klas- en schoolklimaat en tijdens buitenschoolse activiteiten. In de school oefenen ze denk- en handelwijzen die voorwaardelijk zijn voor democratische participatie en die bijdragen aan hun oordeelsvorming. Een veilig schoolklimaat draagt aan dit alles onmiskenbaar bij.
Doelen 
Hoofddoelen van het onderwijs zijn kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Burgerschapsonderwijs draagt bij aan al deze hoofddoelen. Voor burgerschapsonderwijs is het belangrijk dat leerlingen kennis hebben van en inzicht krijgen in onze diverse samenleving, de werking van onze democratische rechtsstaat en hun rol daarin. Ook bij het aansluiten op verschillende vormen van vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt (kwalificatie) is burgerschap een belangrijk aandachtspunt. Persoonsvorming en reflectie op de eigen identiteit is essentieel voor burgerschap: om betekenis te geven aan de wereld om hen heen en aan hun eigen rol daarin, moeten leerlingen zich bewust worden van wie ze zijn of willen worden en hoe ze zich tot een ander en het andere willen verhouden. Socialisatie komt in de context van burgerschap neer op het inwijden van leerlingen in een democratische cultuur en het stimuleren van een humane en vreedzame houding ten opzichte van anderen en de wereld om hen heen. Daar hoort individuele vrijheid bij, begrensd door de vrijheid van de ander en door de mogelijkheden van de leerling. De spanning die zich hier aandient tussen individuele vrijheid en sociale normen is niet op te heffen: zowel autonomie als het vormgeven aan inclusie en sociale cohesie vanuit gedeelde waarden zijn tegelijkertijd doelen van het (burgerschaps)onderwijs. Studie van de vormen en de normen van de democratische rechtsstaat, het gesprek over sociale en maatschappelijke verschijnselen en problemen en de persoonlijke ervaring daarvan maken van burgerschapsvorming een zo open mogelijk, kritisch-reflectief proces.
Inhouden
Leerlingen maken deel uit van de samenleving. We menen dat leerlingen te beschouwen zijn als burgers, met gedrag, rollen, rechten en verantwoordelijkheden die passen bij hun leeftijd en hun ontwikkelingsniveau. In de school moeten democratische waarden en rechten zoals opgenomen in de grondwet, in verdragen van de Europese Unie en de Raad van Europa (EVRM), de universele verklaring van de rechten van de mens (UVRM) en het VN-verdrag van de rechten van het kind (IVRK) uitgangspunt zijn voor al het handelen. Op school uiten en ontwikkelen leerlingen waarden, overtuigingen en opvattingen, hetgeen ook tot waardenbotsingen kan leiden. De school wijst op (mogelijke) verschillen tussen algemeen geldende normen en individuele opvattingen. Zij biedt leerlingen handvatten om met verschillen van inzicht om te gaan, en de overtuigingen, belangen en emoties die daaraan ten grondslag liggen of daaruit voortkomen te onderzoeken. Leerlingen leren over historische contexten waar de democratische rechtsstaat uit is voortgekomen. Ze leren dat er andere bestuursvormen waren, zijn en denkbaar zijn, en hoe deze zich tot de rechtsstaat verhouden. Burgerschapsonderwijs daagt leerlingen uit om verbanden te leggen tussen hun eigen leefwerelden en grotere maatschappelijke vraagstukken, zoals globalisering, duurzaamheid en technologie. In dat verband leren leerlingen kritisch na te denken en gericht te reflecteren op deze complexe, ook ethisch geladen vraagstukken. Ook de (on)macht en (on)mogelijkheden van het individu in relatie tot instituties en structuren zijn thema’s waarover ze daarbij aan het denken worden gezet. De school kun je opvatten als een samenleving, en tot op zekere hoogte een democratie in het klein. Binnen de schoolcontext en in de schoolomgeving brengen leerlingen hun burgerschap in praktijk, oefenen zij medezeggenschap en ontwikkelen zij de sociale en democratische vaardigheden die zij daarbij nodig hebben. Zij leren om te gaan met gezag en macht, met invloed en regels. Zij weten hoe wetten werken en tot stand komen en verkennen en analyseren hoe ze invloed kunnen uitoefenen. Leerlingen worden zich bewust van de rechten en de plichten die zij als leerlingen, als huidig en als toekomstig burger hebben. Leerlingen leven in een diverse samenleving waarin mensen met verschillende sociaaleconomische posities, levensbeschouwelijke, religieuze en culturele achtergronden, politieke en seksuele oriëntaties en fysieke en mentale mogelijkheden samenleven. Scholen zijn zelf meer of minder divers. Uitgaande van hun leerlingpopulatie en de schoolcontext geven zij vorm aan de school als oefenplaats voor democratie en diversiteit, en betrekken daar zo mogelijk ook de omgeving bij. Vanuit verwondering en interesse gaan leerlingen op zoek naar gemeenschappelijkheid en gedeelde ‘opvattingen’. In gesprek met elkaar ontwikkelen zij begrip en empathie en herkennen en erkennen zij de ander als medemens. De school maakt ruimte voor de ervaring dat niet iedereen het met elkaar eens is of hoeft te zijn, dat hierdoor wrijving kan ontstaan en dat emoties daarbij een plek hebben. Ook de ervaring en het inzicht dat mensen uiteindelijk veel gemeenschappelijk hebben, zoals dezelfde basisbehoeften en dezelfde fundamentele rechten, hoort daarbij. Behalve op het niveau van klas en school ontwikkelen leerlingen zich ook op andere schaalniveaus als burger: lokaal, regionaal, nationaal, Europees en mondiaal. Ze ontdekken overeenkomsten en verschillen tussen mensen, landen, culturen, religies, levensovertuigingen en politieke stromingen. Dit biedt een basis voor een klimaat waarin leerlingen leren elkaar en anderen te begrijpen, te waarderen en te respecteren. Daarbij leren ze zich ook te verplaatsen in elkaars en in andermans perspectieven. * Gebaseerd op de definitie van de Onderwijsraad (2012).

informatie

Fawaka Wereldburgerschap

WereldBurgerschap — Fawaka Ondernemersschool Waarom ‘Wereldburgerschap’? In het concept ‘Wereldburgerschap’