BURGERSCHAP

Burgerschapsonderwijs is, sinds de nieuwe wetgeving uit 2021, iets waar elke school mee aan de slag moet. De overheid heeft een aantal voorwaarden opgesteld, maar er is heel veel ruimte om zelf invulling te geven. Dat maakt burgerschapsonderwijs een boeiend, nauwelijks ontgonnen gebied, waar scholen invulling aan kunnen geven op een manier die bij hun visie en missie past. Tegelijkertijd zorgt die vrijheid ook voor veel onzekerheid en zijn er veel vragen. Alleen al over wat het nou precies is, burgerschap, zijn er diverse definities. Wat al wel duidelijk lijkt te worden, is dat burgerschap niet een op zichzelf staand vak is.

Vakoverstijgend

Burgerschapsonderwijs is vakoverstijgend en vraagt om een interdisciplinaire samenwerking tussen docenten en bestuurders. Ook biedt burgerschap veel ruimte om ‘eigenaarschap’ en ‘persoonsvorming’ nader in te vullen; twee begrippen die op zichzelf al uitdagend zijn en veel vragen van zowel docenten en schoolleiding, als van leerlingen. Ouderbetrokkenheid, ondernemend leren en de school als vitale, verbindende locatie in de wijk zijn ook termen die raken aan aan burgerschapsonderwijs, en zo zijn er nog veel meer.

Doorlopende leerlijn

Burgerschapsonderwijs vraagt onder andere om het inventariseren en benoemen van wat er binnen scholen al gebeurt op dit gebied, om het formuleren van een ‘moreel kompas’ vanuit het schoolbestuur, om vakoverstijgende samenwerking van docenten, om vergaande leerlingbetrokkenheid en eigenaarschap, om grondige kennis van onder andere wet- en regelgeving, om ruimte voor kritisch denken, om aandacht voor houding en (gespreks)vaardigheden en om een doorlopende leerlijn, het liefst vanaf de basisschool. Geen geringe opgave, vooral niet omdat de scholen dit ‘erbij’ moeten doen. Het is dan ook niet vreemd dat veel scholen hiermee worstelen, en het gevaar dreigt dat burgerschap wordt ondergebracht bij mensen die er onvoldoende tijd of capaciteiten voor hebben.

Praktische werkwijze

Als toegepast filosoof en burgerschapscoördinator in opleiding ben ik bezig een praktische werkwijze te ontwikkelen voor het in kaart brengen van wat er op scholen al gebeurt, waar de ‘witte vlekken’ zitten en hoe bestuur, docenten en leerlingen samen vorm kunnen geven aan duurzaam burgerschapsonderwijs. Hiervoor sta ik middenin de praktijk, omdat ik langdurig stage loop bij het Arentheem College te Arnhem. 

Leerlingen samen brengen

Onlangs is mijn opdracht uitgebreid met de vraag of ik voor het COG, de overkoepelende stichting van aangesloten scholen in de regio Vallei en Gelderland-Midden, een werkgroep kan formeren, zodat we kunnen bekijken waar de overeenkomsten en verschillen liggen in de aanpak en in de behoeften op het gebied van burgerschapsonderwijs. De aangesloten scholen bestaan uit vmbo, mbo, havo, vwo, gym+ en NT2. Eén van de doelen die ik gesteld heb bij het aannemen van deze opdracht is dat ik de leerlingen van de verschillende scholen  daadwerkelijk bij elkaar wil brengen zodat ze hun burgerschapservaringen kunnen delen.

Naast de praktijkervaring bouw ik veel theoretische kennis op, niet alleen in mijn opleiding bij de HTF maar ook door ‘alles’ te lezen wat ik kan vinden over burgerschapsonderwijs, veel (online) presentaties te volgen en een mooi netwerk op te bouwen van diverse professionals. Mijn pionierswerk heeft er inmiddels toe geleid dat ik benaderd word door mensen die binnen hun eigen schoolomgeving bezig zijn met burgerschapscoördinatie en graag willen weten wat mijn ervaringen zijn. Hier geef ik uiteraard graag gehoor aan.

Wil je ook eens van gedachten wisselen, voel je dan vrij om contact op te nemen. Daarnaast verwijs ik graag naar de artikelen op deze website.

Wilma Mulder, voorjaar 2021

Burgerschap in het onderwijs, Nederland in vergelijkend perspectief, 2017 een onderzoek van het Kohnstamminstituut. Lees hier het ondezoek.

Nederlandse jongeren weten weinig over democratie
Nederlandse jongeren weten minder over democratie dan leeftijdsgenoten in vergelijkbare landen. Dat blijkt uit de International Civic and Citizenship Education Study (ICCS), een internationaal onderzoek naar burgerschap onder leerlingen in het voortgezet onderwijs, waarvan de resultaten op dinsdag 7 november 2017 zijn gepubliceerd. Het Nederlandse deel van het onderzoek is uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam (UvA) en het Kohnstamm Instituut, in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Kennis lager dan in andere landen
De kennis van burgerschap en de democratische rechtsstaat van leerlingen is gelijk aan het internationale gemiddelde, maar lager dan dat van scholieren in landen die op Nederland lijken, zoals België (Vlaanderen) of Denemarken. Ook zijn de verschillen in kennis over burgerschap tussen leerlingen hier groter dan in veel andere landen. Zo heeft één op de drie leerlingen in Nederland veel burgerschapskennis, en één op de drie leerlingen juist (heel) weinig burgerschapskennis. Net als in vergelijkbare landen beschikken meisjes over meer burgerschapskennis dan jongens.

Betrokkenheid en gelijke rechten
Nederlandse leerlingen zijn relatief minder politiek betrokken en hechten weinig belang aan verkiezingen; ze zijn minder van plan later te gaan stemmen. Meer dan in veel andere landen, vinden jongeren in Nederland het ‘respecteren van het recht op een eigen mening’ het belangrijkste aspect van burgerschap.  Opvallend is dat Nederlandse leerlingen gelijke rechten voor de verschillende etnische groepen in een land het minst ondersteunen. Over Europa zijn ze weer relatief positief.

Scholen doen weinig aan burgerschapsonderwijs
In vergelijking met andere landen doen scholen in Nederland weinig aan burgerschap. Scholen mogen burgerschapsonderwijs zelf vormgeven en geven daar verschillend vorm aan. Een relatief laag percentage Nederlandse leraren voelt zich bekwaam om les te geven over verkiezingen of de grondwet. Hun leerlingen kritisch leren denken, vinden ze makkelijker.

Kloof tussen leerlingen met lager en hoger opgeleide ouders
Tussen leerlingen uit gezinnen met lager en hoger opgeleide ouders bestaan grote verschillen in burgerschapscompetenties. Die verschillen zijn er bij kennis, maar ook bij steun voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen, voor gelijke rechten van verschillende etnische groepen en voor Europese samenwerking. Ook de verschillen tussen vmbo-leerlingen en havo/vwo leerlingen zijn groot.

Migratieachtergrond van leerlingen maakt verschil
Leerlingen met een migratieachtergrond hebben minder burgerschapskennis dan overige leerlingen, maar dat verschil is in Nederland kleiner dan in andere landen. In steun voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen is geen verschil. Wel vinden leerlingen met een migratieachtergrond vaker dat etnische groepen gelijke rechten moeten hebben. In Nederland is ook de maatschappelijke participatie van leerlingen met en zonder migratieachtergrond gelijk, maar leerlingen met een migratieachtergrond hebben minder vertrouwen in maatschappelijke instituties en zijn minder van plan later te stemmen.

Stabiel
De meningen van Nederlandse scholieren over burgerschap zijn weinig veranderd, zo laat een vergelijking met de uitkomsten uit 2009 zien. Er is wel sprake van een groei in burgerschapskennis, zoals die eveneens in vrijwel alle landen heeft plaatsgevonden. In Nederland geldt dit echter alleen voor havo- en vwo-leerlingen.

Over het onderzoek
De International Civic and Citizenship Education Study (ICCS 2016) is uitgevoerd in 24 landen. In Nederland deden ruim 2.800 leerlingen mee uit de tweede klas van zo’n 100 scholen voor vmbo/havo/vwo. Het onderzoek in Nederland is uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam en het Kohnstamm Instituut.

De uitkomsten zijn gepubliceerd in het boek Burgerschap in het voortgezet onderwijs. Nederland in vergelijkend perspectief (University Press) dat verscheen op 7 november 2017. Zie: www.iccs-nederland.nl

Hieronder zie je een aantal definities, gehanteerd door o.a. de PO raad, VO raad, MBO raad en Curriculum.nu. 

https://www.poraad.nl/wetgeving-en-kerndoelen-burgerschap
Kerndoelen die direct of indirect over burgerschap, gaan zijn in het basisonderwijs ondergebracht bij het leergebied ‘Oriëntatie op jezelf en de wereld’. In dit leergebied oriënteren leerlingen zich op zichzelf, op hoe mensen met elkaar omgaan, hoe ze problemen oplossen en hoe ze zin en betekenis geven aan hun bestaan. De huidige kerndoelen voor burgerschap zijn:

· Kerndoel 36: de leerlingen leren hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting en de rol van de burger. · Kerndoel 37: De leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen. · Kerndoel 38: De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.

Andere kerndoelen die gerelateerd worden met burgerschap zijn kerndoel 34, 35, 39. Ook 47 en 53 kunnen in verband worden gebracht. Buiten het leergebied OJW zijn er ook kerndoelen Nederlandse Taal die relevant zijn, waar aandacht is voor discussie, informeren en mediawijsheid. Met name kerndoel 3 en 6.
https://www.vo-raad.nl/themas/515/onderwerpen/wat-speelt-er-1fbc6b48-ab28-43ff-901a-e245905f5cd3/hoofdstukken/praktijk-ondersteuning-burgerschap Het project ‘Versterking burgerschap in het vo’ van de VO-raad faciliteert bestuurders en schoolleiders bij het vormgeven van goed burgerschapsonderwijs; van het (door)ontwikkelen van een visie – vormgegeven vanuit de eigen schoolvisie – en de vertaling hiervan naar doelen, beleid en praktijk tot het borgen van burgerschap in de school. Wat de VO raad verstaat onder burgerschap is gevisualiseerd in onderstaande poster.
https://www.mboraad.nl/themas/loopbaan-en-burgerschap

Onderwijs op het mbo betekent meer dan studenten voorbereiden op de arbeidsmarkt. Het mbo kent een drievoudige kwalificering en leidt studenten op voor (1) een beroep, (2) een vervolgopleiding en (3) tot burgers die volwaardig deelnemen aan de maatschappij. Daarom gelden voor iedereen die een mbo-diploma wil halen naast beroepskwalificatie-eisen ook algemene eisen: Nederlands, rekenen, Engels (voor mbo 4) en loopbaan en burgerschap.

Het onderdeel burgerschap bereidt de mbo studenten voor op volwaardige deelname aan de maatschappij en goed kunnen functioneren in hun beroep. De vaardigheden, houding en kennis die daarbij horen zijn beschreven in vier burgerschapsdimensies: de politiek-juridische dimensie, de economische dimensie, de maatschappelijk-sociale dimensie en de dimensie vitaal burgerschap. In september 2017 september ondertekenden de minister van OCW en de MBO Raad de burgerschapsagenda mbo (2017-2021). De agenda is een initiatief van het ministerie en de scholen zelf, en heeft als doel het burgerschapsonderwijs in het mbo naar een hoger plan te brengen.

Kennispunt MBO Burgerschap

Het Kennispunt MBO Burgerschap ondersteunt scholen bij het vormgeven van goed burgerschapsonderwijs en is verantwoordelijk voor de uitvoering van verschillende activiteiten uit de Burgerschapsagenda mbo. Het Kennispunt MBO Burgerschap is er voor mbo-docenten die een rol spelen in het burgerschapsonderwijs, maar ook voor beleidsmakers en managers en organisaties die activiteiten verrichten op het gebied van burgerschap. Dit gebeurt onder andere in een klankbordgroep, op regionale netwerkbijeenkomsten en op een jaarlijkse studiedag. Uiteraard wordt er ingespeeld op de diversiteit van de mbo scholen. Organisaties die met mbo-scholen samenwerken krijgen in het kennispunt een podium. Het Kennispunt MBO Burgerschap heeft een website en brengt maandelijks een nieuwsbrief uit.

https://www.curriculum.nu/voorstellen/burgerschap/uitwerking-burgerschap/
Visie op het leergebied burgerschap
Burgerschapsonderwijs rust leerlingen toe om op basis van eigen idealen, waarden en normen te functioneren in een democratische en diverse samenleving. Burgerschapsonderwijs draagt bij aan het ontwikkelen van het vermogen en de bereidheid om binnen de kaders van de democratische rechtsstaat een bijdrage te leveren aan de instandhouding of verdere ontwikkeling van een democratische cultuur.* In een democratische rechtsstaat kiezen burgers hun volksvertegenwoordiging. Grondrechten beschermen hen tegen willekeur en machtsmisbruik. Aan onze democratische rechtsstaat liggen historisch drie basiswaarden ten grondslag: vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Nadenken over de betekenis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en jezelf daartoe leren te verhouden is een formele taak van burgerschapsonderwijs. Wat deze waarden precies betekenen en hoe zij zich tot elkaar verhouden is voor meerdere uitleg vatbaar en onderwerp van discussie. Dat biedt scholen de mogelijkheid om eigen accenten te leggen. Hieruit ontstaat ruimte om invulling te geven aan de eigen identiteit en onderwijsvisie. Vanzelfsprekend staat het scholen vrij om hier andere waarden aan toe te voegen die de morele betrokkenheid van mensen op anderen uitdrukken, zoals (maatschappelijke) verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid, naastenliefde of volwassenheid. Democratie veronderstelt en biedt ruimte aan een diversiteit van opvattingen en levensstijlen. Sociale cohesie blijft daarbij van belang en vraagt om een inspanning om gedeelde waarden te vieren en verder te ontwikkelen. Leerlingen ontwikkelen burgerschapsvaardigheden rond de inhoudelijke kernen democratie en diversiteit. Dit oefenen zij daarnaast in het omgaan met maatschappelijke vraagstukken waarin waarden en belangen nadrukkelijk een rol spelen, zoals globalisering, duurzaamheid en technologie. Burgerschapskennis en -vaardigheden doen leerlingen op in vak- en leergebieden, vakoverstijgende projecten en -activiteiten, door het klas- en schoolklimaat en tijdens buitenschoolse activiteiten. In de school oefenen ze denk- en handelwijzen die voorwaardelijk zijn voor democratische participatie en die bijdragen aan hun oordeelsvorming. Een veilig schoolklimaat draagt aan dit alles onmiskenbaar bij.
Doelen 
Hoofddoelen van het onderwijs zijn kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Burgerschapsonderwijs draagt bij aan al deze hoofddoelen. Voor burgerschapsonderwijs is het belangrijk dat leerlingen kennis hebben van en inzicht krijgen in onze diverse samenleving, de werking van onze democratische rechtsstaat en hun rol daarin. Ook bij het aansluiten op verschillende vormen van vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt (kwalificatie) is burgerschap een belangrijk aandachtspunt. Persoonsvorming en reflectie op de eigen identiteit is essentieel voor burgerschap: om betekenis te geven aan de wereld om hen heen en aan hun eigen rol daarin, moeten leerlingen zich bewust worden van wie ze zijn of willen worden en hoe ze zich tot een ander en het andere willen verhouden. Socialisatie komt in de context van burgerschap neer op het inwijden van leerlingen in een democratische cultuur en het stimuleren van een humane en vreedzame houding ten opzichte van anderen en de wereld om hen heen. Daar hoort individuele vrijheid bij, begrensd door de vrijheid van de ander en door de mogelijkheden van de leerling. De spanning die zich hier aandient tussen individuele vrijheid en sociale normen is niet op te heffen: zowel autonomie als het vormgeven aan inclusie en sociale cohesie vanuit gedeelde waarden zijn tegelijkertijd doelen van het (burgerschaps)onderwijs. Studie van de vormen en de normen van de democratische rechtsstaat, het gesprek over sociale en maatschappelijke verschijnselen en problemen en de persoonlijke ervaring daarvan maken van burgerschapsvorming een zo open mogelijk, kritisch-reflectief proces.
Inhouden
Leerlingen maken deel uit van de samenleving. We menen dat leerlingen te beschouwen zijn als burgers, met gedrag, rollen, rechten en verantwoordelijkheden die passen bij hun leeftijd en hun ontwikkelingsniveau. In de school moeten democratische waarden en rechten zoals opgenomen in de grondwet, in verdragen van de Europese Unie en de Raad van Europa (EVRM), de universele verklaring van de rechten van de mens (UVRM) en het VN-verdrag van de rechten van het kind (IVRK) uitgangspunt zijn voor al het handelen. Op school uiten en ontwikkelen leerlingen waarden, overtuigingen en opvattingen, hetgeen ook tot waardenbotsingen kan leiden. De school wijst op (mogelijke) verschillen tussen algemeen geldende normen en individuele opvattingen. Zij biedt leerlingen handvatten om met verschillen van inzicht om te gaan, en de overtuigingen, belangen en emoties die daaraan ten grondslag liggen of daaruit voortkomen te onderzoeken. Leerlingen leren over historische contexten waar de democratische rechtsstaat uit is voortgekomen. Ze leren dat er andere bestuursvormen waren, zijn en denkbaar zijn, en hoe deze zich tot de rechtsstaat verhouden. Burgerschapsonderwijs daagt leerlingen uit om verbanden te leggen tussen hun eigen leefwerelden en grotere maatschappelijke vraagstukken, zoals globalisering, duurzaamheid en technologie. In dat verband leren leerlingen kritisch na te denken en gericht te reflecteren op deze complexe, ook ethisch geladen vraagstukken. Ook de (on)macht en (on)mogelijkheden van het individu in relatie tot instituties en structuren zijn thema’s waarover ze daarbij aan het denken worden gezet. De school kun je opvatten als een samenleving, en tot op zekere hoogte een democratie in het klein. Binnen de schoolcontext en in de schoolomgeving brengen leerlingen hun burgerschap in praktijk, oefenen zij medezeggenschap en ontwikkelen zij de sociale en democratische vaardigheden die zij daarbij nodig hebben. Zij leren om te gaan met gezag en macht, met invloed en regels. Zij weten hoe wetten werken en tot stand komen en verkennen en analyseren hoe ze invloed kunnen uitoefenen. Leerlingen worden zich bewust van de rechten en de plichten die zij als leerlingen, als huidig en als toekomstig burger hebben. Leerlingen leven in een diverse samenleving waarin mensen met verschillende sociaaleconomische posities, levensbeschouwelijke, religieuze en culturele achtergronden, politieke en seksuele oriëntaties en fysieke en mentale mogelijkheden samenleven. Scholen zijn zelf meer of minder divers. Uitgaande van hun leerlingpopulatie en de schoolcontext geven zij vorm aan de school als oefenplaats voor democratie en diversiteit, en betrekken daar zo mogelijk ook de omgeving bij. Vanuit verwondering en interesse gaan leerlingen op zoek naar gemeenschappelijkheid en gedeelde ‘opvattingen’. In gesprek met elkaar ontwikkelen zij begrip en empathie en herkennen en erkennen zij de ander als medemens. De school maakt ruimte voor de ervaring dat niet iedereen het met elkaar eens is of hoeft te zijn, dat hierdoor wrijving kan ontstaan en dat emoties daarbij een plek hebben. Ook de ervaring en het inzicht dat mensen uiteindelijk veel gemeenschappelijk hebben, zoals dezelfde basisbehoeften en dezelfde fundamentele rechten, hoort daarbij. Behalve op het niveau van klas en school ontwikkelen leerlingen zich ook op andere schaalniveaus als burger: lokaal, regionaal, nationaal, Europees en mondiaal. Ze ontdekken overeenkomsten en verschillen tussen mensen, landen, culturen, religies, levensovertuigingen en politieke stromingen. Dit biedt een basis voor een klimaat waarin leerlingen leren elkaar en anderen te begrijpen, te waarderen en te respecteren. Daarbij leren ze zich ook te verplaatsen in elkaars en in andermans perspectieven. * Gebaseerd op de definitie van de Onderwijsraad (2012).
Wat is burgerschapsonderwijs? — bureau Common Ground

We spreken van burgerschapsonderwijs wanneer het gaat over:

1    Onderwerpen die een spanning kennen tussen individuele en collectieve of tussen verschillende collectieve belangen of waarden, en niet tot een individueel probleem te reduceren zijn.* Dat zijn (dus) sociale, maatschappelijke en politieke onderwerpen, waarin we afhankelijk zijn van elkaar om tot een goede uitkomst te komen.

2    De manier waarop we – op allerlei niveaus – vanuit deze spanningen, belangen- en waardentegenstellingen tot (nieuwe) besluiten en vreedzame oplossingen komen; of dat nu direct en tussen mensen onderling gaat, of indirect via instituties van democratie en rechtsstaat.

3    Het toerusten van leerlingen met kennis, vaardigheden en houdingen, die ze in staat stellen om zelfstandig te handelen ten aanzien van sociale, maatschappelijke of politieke problemen.

Om een eenzijdig perspectief te voorkomen, reflecteren we daarbij vaak op de rol van burgers, de samenleving, de overheid en het bedrijfsleven. Burgerschap kent immers een ethische of morele kern – in Nederland is die kern gebaseerd op de fundamentele waarden van de democratische rechtsstaat. Daar kunnen scholen zelf specifiekere noties van burgerschap aan toevoegen.

Deze criteria zijn vrij abstract, maar de kans is groot dat leerlingen op uw school er vrijwel dagelijks mee bezig zijn, doordat ze leren nadenken over maatschappelijke thema’s, ook op school met verschillen en conflicten leren omgaan, of nadenken over wat eerlijk of rechtvaardig is. En dat u al een idee heeft van wat burgerschap wel en niet is. U kunt bovenstaande criteria gebruiken om uw ideeën aan te scherpen. Om u nog meer gevoel te geven wat wel en geen burgerschap is, illustreren we deze criteria met een aantal voorbeelden:

Voorbeeld: klimaatverandering

Neem het thema klimaatverandering. We kunnen proberen daar invloed op uit te oefenen. Dat vergt op relatief korte termijn opofferingen, zodat de consequenties van klimaatverandering op lange termijn minder schadelijk zijn voor ons allemaal. Dan lijkt het alsof het individuele belang overeenkomst met het algemene (collectieve) belang van een leefbare planeet. Daar zijn we immers allemaal van afhankelijk. Toch zijn er ook potentiële belangenconflicten. Oudere generaties hebben minder lang te leven, en zullen de consequenties van klimaatverandering dus minder ervaren. Daarmee hebben ze een lager direct belang bij het bestrijden van klimaatverandering dan jongere generaties. Daarnaast kunnen individuen hun gedrag wel aanpassen, maar is bestrijding van klimaatverandering pas effectief wanneer er een zekere mate van collectieve actie plaatsvindt. In dat opzicht zijn we van elkaar afhankelijk. Ons lot is onderling verbonden. Dat geldt niet alleen voor individuen, maar ook voor landen, omdat klimaatverandering zich weinig van landsgrenzen aantrekt. Ten slotte zijn er ook andere collectieve waarden in het spel, zoals het belang van economische groei.

Met burgerschapsonderwijs over klimaatverandering leren leerlingen dat de afweging tussen deze collectieve belangen plaatsvindt in het parlement, maar ook in gemeenteraden en provinciehuizen als er lokaal of regionaal klimaatbeleid wordt gemaakt. De Urgenda-zaak laat bovendien zien dat ook rechtspraak een manier is om conflicten rondom dit soort belangentegenstellingen op te lossen, net zoals klimaatmarsen een manier zijn om de politieke agenda te beïnvloeden.

Voorbeeld: pesten

Een leerling pest een andere leerling. Dat kan heel vervelend zijn. Toch is dit geen burgerschapsonderwerp. Het gaat in deze situatie namelijk om twee leerlingen, dus dat betekent dat het eerste criterium niet gehaald wordt.

Dat criterium halen we pas wanneer we met de hele klas bespreken welke regels we erover willen opstellen. Regels binden individuen aan collectieve afspraken, waardoor individuele vrijheid afneemt. Zowel het proces van opstellen van de regels als het bepalen van de mate waarin regels toereiken en proportioneel zijn is een goede oefening in burgerschap. Vinden we het bijvoorbeeld geoorloofd dat een leerling filmpjes maakt om aan te tonen dat iemand pest, of komt het individuele recht op privacy dan teveel in het geding? En vinden we het verstandiger om het opleggen van eventuele sancties aan de docent over te laten of mag de klas de strafmaat bepalen? In dat geval voldoet het onderwerp wel aan de criteria: het gaat immers over spanningen tussen individu en collectief, in een sociale context.

* Belangen zijn niet alleen financiële belangen, maar kunnen ook verschillende voorkeuren of machtsverhoudingen zijn.

Het Handboek dat Bureau Common Ground schreef, met daarin deze tekst en afbeelding, is gratis te downloaden.

WereldBurgerschap — Fawaka Ondernemersschool
Waarom ‘Wereldburgerschap’? In het concept ‘Wereldburgerschap’ is expliciet aandacht verankerd voor inclusie, uitsluiting en wereldperspectieven. Belangrijk als aanvulling, want het onderwijs kent op dit moment een sterke focus op Nederlandse dan wel Europese of ‘Westerse’ perspectieven en referentiekaders. Wat is ‘Wereldburgerschap’? Wereldburgerschap wordt uitgewerkt in verschillende hoofdthema’s, waaronder Identiteit, Diversiteit & Inclusie, Globalisering & Verbindingen, Duurzame Ontwikkeling, Ongelijkheid & Solidariteit, Mensenrechten, Vrede & Conflict en Wereldperspectieven. Elk hoofdthema heeft subthema’s. Wereldburgerschap uit zich in gedrag ‘dat recht doet aan de principes van wederzijdse afhankelijkheid in de wereld, de gelijkwaardigheid van mensen en de gedeelde verantwoordelijkheid voor het oplossen van mondiale vraagstukken’. Competenties voor leerlingen rondom wereldburgerschap zijn te verdelen in de domeinen kennis, houding, vaardigheden en reflectie. Zo ziet het onderwijs van de toekomst eruit – Brainwash – HUMAN “Sinds 2006 zijn alle basisscholen en middelbare scholen in Nederland verplicht om aandacht te geven aan ‘burgerschap’. Wat daarbij vooral wordt bedoeld, is actief onderdeel uitmaken van de samenleving. Tot voor kort mochten alle scholen zelf bekijken hoe daaraan verder invulling te geven. Maar nu is er een nieuwe wet die expliciet benoemt wat minimaal behandeld moet worden bij onderwijs in burgerschap. Namelijk: onder andere de waarde van de democratische rechtsstaat, en grondrechten en mensenrechten. Maar grondrechten en mensenrechten echt serieus nemen vraagt meer dan je misschien denkt. Kijk bijvoorbeeld naar artikel 1 van de Nederlandse grondwet. Dat is het gelijkheidsbeginsel en het verbod op discriminatie. En bedenk dan hoeveel discriminatie er nog in de samenleving is. Het gaat er dus niet alleen om om grondrechten te kennen, maar ook te leren hoe je ze toepast. En er is nog iets wat vaak mist in het burgerschapsonderwijs. Dat is verder kijken dan Nederland. Mensenrechten en burgerschap kan je in de wereld vandaag niet beperken tot alleen Nederland. Als je kijkt naar alle verbindingen in de wereld, dan moet je dus ook de wereld meenemen. Daarom zeg ik: burgerschap moet wereldburgerschap worden.”
In het handboek ‘Nederland is van ons allemaal’ door Samira Bouchibti wordt invulling gegeven aan burgerschapsvorming aan de hand van de volgende kernwaarden:
  • gelijkheidsbeginsel,
  • godsdienstvrijheid,
  • vrijheid van meningsuiting,
  • zelfbeschikking,
  • rechtsstaat,
  • vrijheid,
  • verdraagzaamheid,
  • rechtvaardigheid,
  • gelijkwaardigheid,
  • diversiteit,
  • solidariteit
  • democratie.
Het handboek besteedt specifieke aandacht aan aan artikel 1 van de Grondwet, artikel 6 (vrijheid van Godsdienst), artikel 7 (vrijheid van meningsuiting) en artikel 11 (onaantastbaarheid lichaam). Nederland is van ons allemaal draagt uit dat de Grondwet niet zomaar een stoffige tekst is, maar de levende basis waarop de democratische waarden van onze samenleving zijn gegrondvest. De Grondwet is bij uitstek verbindend. De Grondwet beschermt en geeft richting aan onze samenleving en is een middel om in dialoog te gaan over racisme, discriminatie, vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid en zelfbeschikking. Tegenover de Grondwet en de daaraan verbonden rechten staat één grondplicht: de plicht om op een open, vreedzame en democratische wijze vorm en inhoud geven aan ons land. Wij hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid om de democratische kernwaarden levend te houden, te praktiseren en door te geven aan nieuwe generaties. In het handboek staat de VIP-methode centraal, wat staat voor Vrijheid, Identiteit en Participatie. De VIP-methode biedt docenten en leerkrachten en andere professionals die met jongeren werken handvatten om op een respectvolle manier in gesprek te gaan over lastige, gevoelige of gepolariseerde sociale en maatschappelijke thema’s. Leerlingen en studenten leren elkaar te corrigeren en zelf te incasseren en hun gevoelens en gedachten onder woorden te brengen. VIP zet aan tot dialoog, kritisch denken, inleven in elkaar, zelfreflectie, relativeren en leren van elkaar.  Lees ook het interview met Samira Bouchibti in Phronèsis 12.

Lesmaterialen en burgerschapstools

Burgerschapsbijeenkomsten