/

True happiness

Start

Essay naar aanleiding van het boek ‘Filosofie voor een weergaloos leven’ van Lammert Kamphuis. Opdracht voor het vak ‘Oriëntatie op cultuur en media’, 1e jaar opleiding Filosofie en Burgerschap Hogeschool Toegepaste Filosofie. Opdracht: beschrijf wat je heeft verwonderd en welke filosofische vragen het boek heeft opgeroepen.

TRUE HAPPINESS THIS WAY LIES

Have you ever wanted something so badly
That it possessed your body and your soul
Through the night and through the day
Until you finally get it
And then you realize that it wasn’t what you wanted after all
And then those selfsame sickly little thoughts
Now go and attach themselves to something or somebody new
And the whole goddamn thing starts all over again

Well, I’ve been crushing the symptoms
But I can’t locate the cause
Could God really be so cruel?
To give us feelings that could never be fulfilled

Baby, I’ve got my sights set on you, I’ve got my sight set on you
And someday, someday, someday, you’ll come my way
But when you put your arms around me
I’ll be lookin’ over your shoulder for somethin’ new

Cause I ain’t ever found peace upon the breast of a girl
I ain’t ever found peace with the religion of the world
I ain’t ever found peace at the bottom of a glass

Sometimes it seems the more I ask for, the less I receive
Sometimes it seems the more I ask for, the less I receive
The only true freedom is freedom from the heart’s desires
And the only true happiness this way lies

The The, album Dusk 1993

Met Filosofie voor een weergaloos leven heeft Lammert Kamphuis een verzameling essays geschreven die zich laat lezen als handreikingen voor een gelukkiger, beter leven. Het boek zet je aan tot nadenken over allerlei min of meer vanzelfsprekende zaken, van je smartphone tot seksuele voorlichting. Het biedt perspectief om zaken anders te bekijken en, als het je past, anders te gaan handelen.

Tijdens het lezen was er in eerste instantie niets wat mij verwonderde. Integendeel, veel van wat Lammert beschrijft vind ik heel herkenbaar; het betreft zaken waar ik ook mee worstel of juist heel goed mee om kan gaan.

De verwondering kwam van dieper en had even de tijd nodig om te rijpen.

Na het lezen van de hoofdstuk ‘Verlangensmanagement’ veranderde er iets. Een boek neem je mee gedurende de dag; op allerlei momenten schiet je een stukje te binnen, daagt begrip over iets of vormt zich een nieuwe vraag. Tijdens een alledaagse handeling, ik weet niet meer of ik nou aan het koken was of de bedden opmaakte, viel me de vraag in waarom mensen nou eigenlijk nog steeds niet snappen dat geluk, vrede en welvaart relatief eenvoudig voor iedereen bereikbaar is.

Ok, dat klinkt simplistisch maar los van alle mitsen en maren is het nou ook weer niet zo moeilijk te bereiken. Vind ik, maar daarmee verraad ik wel direct mijn praktisch-idealistische (naïeve?) aard.

Het verlangen naar meer, groter, beter, nieuwer en machtiger is het beest dat alle geluk, vrede en welzijn verslindt. We zien dat in dit tijdperk, nu onze overconsumptie leidt tot kaalslag, welvaartsziekten en een economische kwetsbaarheid die pijnlijk duidelijk wordt tijdens de huidige coronacrisis. Maar het is niet alleen van nu, het is van alle tijden. Het is van de tijd dat de kerk haar gelovigen uitkleedde om stenen, metalen en kostbare gewaden te verzamelen, het waren de edelen en andere machtigen die hun horigen uitpersten zodat er eeuwenlang voor veel mensen geen hoger doel was dan niet dood te gaan van de honger. Een situatie die tot op de dag van vandaag voortduurt op veel plekken van de wereld.

Wat mij verwondert, of misschien is het correcter om te stellen dat het mij verbijstert, is dat het zonneklaar is welke ‘ingrediënten’ noodzakelijk zijn voor mondiaal levensgeluk en welzijn, maar dat wij, de mensheid als collectief, onophoudelijk het verwerven en behouden van deze elementen torpederen. Waarom zijn we niet in staat ons gedeelde geluk te maken en te behouden?

Kamphuis haalt diverse keren Epicurus aan. Deze filosoof uit ca. 300 BC was pleitbezorger van het genot, het ‘hedonisme’. Vaak werd dit verkeerd uitgelegd, maar wat Epicurus bedoelde was dat de afwezigheid van gebrek en lijden ons in staat stellen om te genieten van wat we hebben.

“De mens bereikt de hoogste vorm van genot pas als hij geen fysieke ongemakken meer heeft en geen onrust in de ziel. Dit zal hij alleen ervaren als hij leert om genoeg ook echt genoeg te vinden.” (Epicurus – citaat van Lammert Kamphuis).

Het verlangen naar steeds meer, beter, groter, duurder, nieuwer, of naar macht, roem en status, zijn volgens Epicurus niet noodzakelijke verlangens. Je wordt ongelukkig als je deze verlangens hebt. Ik vul dat aan met mijn beeld van het beest dat geluk, vrede en welzijn verslindt: je stort niet alleen jezelf, maar ook anderen in het ongeluk als je aan deze niet noodzakelijke verlangens toegeeft.

De verlangensladder van Epicurus.

Natuurlijke, noodzakelijke verlangens

Natuurlijke, niet noodzakelijke verlangens

Niet natuurlijke, niet noodzakelijke verlangens.

  • Geen honger
  • Geen dorst
  • Geen kou
  • Liefde
  • Vriendschap
  • Vrijheid van denken
  • Ontspanning
  • Veiligheid
  • Gezondheid
  •  
  •  
  •  
  • Veel en lekker eten
  • Veel en lekker drinken
  • Veel, dure kleren
  • Heel veel vrienden
  • Vaak op vakantie
  • Groot huis
   
  •  
  •  
  •  
  •  
  • Status
  • Rijkdom
  • Succes
  • Macht

Natuurlijk is het logisch dat degene die in armoede leeft en honger lijdt, en/of in onveiligheid leeft of andere primaire noden heeft, ernaar streeft zijn of haar leven te verbeteren. Het is zelfs nog invoelbaar dat als aan al die basisbehoeften is voldaan, er een verlangen overblijft naar meer, in kwantiteit of in variatie. Wat echter vaak over het hoofd gezien wordt is het prijskaartje dat aan het bevredigen van die behoeften hangt. Alles heeft een prijs; in geld, inspanning, tijd. En zelfs in moraal.

Om goederen te verwerven heb je over het algemeen geld nodig, en om geld te hebben moet je werken, wat betekent dat je tijd investeert. Tijd die je niet meer aan iets anders kunt besteden. Dat dit een heel groot offer is wordt door veel mensen niet zo direct ervaren, terwijl er wel degelijk veel werkstress is, zelfs in ons tamelijk relaxte Nederland.

In  het hoofdstuk Ik werk dus ik ben schrijft Kamphuis: “We werken te lang en zijn niet altijd gelukkig met ons werk. 1 op de 7 mensen heeft burnout klachten.”

Zinvol werk is belangrijk. Misschien moeten we ‘Vrijheid van werk’ toevoegen aan de verlangensladder van Epicurus. In het hoofdstuk Ik werk dus ik ben staat een aantal aansprekende filosofische gedachten over werk:

John Rawls:Mensen vinden voldoening in het uitoefenen van hun verwezenlijkte vermogens en die voldoening wordt groter naarmate het vermogen meer wordt verwezenlijkt of in complexiteit toeneemt.” 

Aristoteles: “Geluk ligt in het actief realiseren van dat wat in potentie al in je aanwezig is.”

Aristoteles (denkt men): “Waar de behoeften van de wereld en jouw talenten elkaar kruisen, daar ligt je roeping.”

Schegel: “In wat we aangenaam vinden zijn we geniaal.”

Max Scheler: “Deze waarde fluistert: voor jou, En deze inhoud geeft jou een unieke positie in de morele kosmos en verplicht je tot handelingen, acties, werk die wanneer je ze uitvoert allemaal roepen: Ik ben voor jou en jij bent voor mij!”

Werk is belangrijk om het werk, en niet primair als middel om geld te verdienen, waarmee spullen gekocht kunnen worden. Of tijd; hoe vaak zie je niet dat iemand kant-en klaar maaltijden koopt, de kinderen naar de opvang doet en huishoudelijke hulp inhuurt omdat het werk zoveel tijd kost. Met als kers op de taart een dure vakantie om keihard te ontspannen van al dat werken.

Het toegeven aan je niet noodzakelijke verlangens heeft ook een morele prijs. Als je, zoals ik, leeft vanuit de grondhouding dat er in principe voldoende middelen zijn om iedereen op aarde te voorzien van een bepaalde gelijke mate van welvaart en welzijn (voorzover dat afhankelijk is van middelen); dan weet je dat alles wat jij teveel geniet, ten koste gaat van iemand anders. Meedoen met de mode? Grote kans dat je kleding onder discutabele omstandigheden is gemaakt door een arbeider die geen leefbaar loon ontvangt. Lekker eten waar je zin in hebt? In de hele voedselketen worden mensen uitgebuit, dieren mishandeld en natuur verwoest. Op vakantie naar fraaie oorden ver weg? Vliegen is een enorme aanslag op ons milieu.

Je zou er moedeloos van worden. Maar Epicurus en andere filosofen zoals Aristoteles, wijzen ons de weg. Aristoteles heeft het over ‘het midden’ aanhouden; niet teveel, niet te weinig. Niet te snel, niet te langzaam. Kortom, precies genoeg. En dat is ook wat Epicurus met zijn verlangensladder uitdrukt; bevredig je behoeften, geniet, maar overdrijf het niet. Want, zo zegt hij: ‘Niets is genoeg voor degene die genoeg te weinig vindt.’

Voor mij en het gros van mijn naasten zijn deze aanbevelingen zinvol, vanzelfsprekend en wij proberen ernaar te leven. Als een echt ‘Gutmensch’ denk ik goed na bij wat ik koop, consumeer en weggooi. Ook met mijn bedrijf probeer ik sociaal en milieuvriendelijk te ondernemen en als ik met mijn gezin op vakantie ga doen we dat ook zo duurzaam mogelijk. Maat houden met eten en drinken vind ik wat lastiger, maar dat vergoeilijk ik doordat mijn extra pondjes in ieder geval biologisch, fair trade en meestal ook nog ‘local’ zijn. En wat een andere karaktertrek van ‘het beest’ betreft: ik ben op social media dieet en roep mezelf, en mijn zoon, tot orde wanneer we dreigen te verzanden in doelloze bits & bites consumptie.

Kortom, ik heb oog voor het belang van matigheid en het verstandig omgaan met middelen en tijd. Precies zoals al die oude en nieuwe wijzen aanbevelen. En dat zijn belangrijke voorwaarden voor rust in ons huishouden, een fijne manier van samenleven en het gevoel dat wij, hoe bescheiden ook, bijdragen aan een beter leven voor een groter geheel dan alleen ons gezinnetje.

Wat mij verwondert, verbijstert zelfs, is dat deze manier van leven niet de norm is, maar zich nog steeds grotendeels in de linkse, alternatieve hoek bevindt. Ik krijg zelfs op familiefeestjes wel eens te horen “Ja maar jij geeft ook niet om geld…” Natuurlijk wel dommie! Waar komt toch dat bizarre idee vandaan dat als je oog hebt voor het welzijn van mensen buiten je eigen kring, oog hebt voor dierenwelzijn en milieubehoud, voorstander bent van consuminderen en wat minder herrie in de samenleving, je dan vast een naïeve hippie moet zijn? Het is juist een vergaande vorm van lijfsbehoud dat ik graag de mensheid tevreden, goed gevoed en geschoold wil zien; dat levert namelijk flink wat minder oorlogen en vluchtelingen op. Evenals natuurbehoud en klimaatzorg; ook daar is een regelrechte verbinding met vluchtelingen, oorlog en mondiale recessie.

Je hebt geen glazen bol nodig om te zien dat matigheid, zuinigheid en gezond verstand essentieel zijn voor een beter leven voor iedereen. Waarom ziet niet iedereen dat dan?

Lammert Kamphuis laat in zijn boek een aantal keer de naam José Ortega y Gasset vallen. Een filosoof waar ik niet eerder van had gehoord maar wiens boek ‘De opstand van de massamens’  ik inmiddels heb besteld.

In deze (ingekorte) recensie van Athenaeum staan gedachten die enig licht werpen op mijn vragen.

Ortega beschouwde de massamens als een nieuw sociaal-cultureel fenomeen dat zijn oorsprong had in de negentiende eeuw. In die eeuw ondergingen de Europese samenlevingen een metamorfose dankzij de revoluties in de politiek (de liberale democratie) en de wetenschap (die de industrialisering mogelijk had gemaakt). De bevolking, de steden en de welvaart groeiden met een snelheid die ongekend was in onze geschiedenis. Deze ontwikkeling bracht een nieuw menstype voort dat, aldus Ortega, dominant zou worden in de twintigste eeuw en de moderne Europese beschaving dreigde te ontwrichten: de massamens.

De massamens omvat heel Europa en betreft niet alleen de laag geschoolde massa’s, maar loopt door alle sociale klassen heen. De massamens is een mentaliteit, die ook het denken en handelen van bijvoorbeeld dokters, ingenieurs en wetenschappers bepaalt. De massamens is een barbaar die leeft in de hoogste vorm van beschaving die de mensheid tot nu toe heeft voortgebracht: de Europese. Hij is banaal, kortzichtig, lui, ondankbaar, verwend, vulgair, en daar zit hij helemaal niet mee. Sterker nog: hij is fier op zijn vulgariteit. Zijn enige criterium en horizon is hijzelf.

Wat Ortega misschien wel het meest zorgen baart is dat de massamens geen historisch besef heeft en de omstandigheden waarin hij leeft als even vanzelfsprekend beschouwt als de natuur. ‘De nieuwe mens wil autorijden en ervan genieten. Hij denkt dat die auto een soort vrucht is die vanzelf uit een paradijselijke boom is gevallen. In zijn binnenste heeft hij geen weet van het kunstmatige, bijna ongelooflijke karakter van de beschaving.’

Maar de verworvenheden van de moderne samenlevingen – meer welvaart voor meer mensen, meer luxe, meer mobiliteit – zijn tot stand gekomen dankzij een eeuwenlange geschiedenis van grote inspanningen en zullen alleen maar verder ontwikkeld kunnen worden als er opnieuw grote inspanningen worden geleverd. Kennis van het verleden is daarbij onontbeerlijk. ‘We hebben onze hele geschiedenis nodig. Niet om erin terug te vallen, maar om te zien of we eraan kunnen ontsnappen.’ En: ‘Het verleden is onze herinnering aan onze vergissingen.’ Door zijn ahistorische mentaliteit dreigt de massamens de beschaving die hem heeft voortgebracht om zeep te helpen.

Conclusie
Het boek van José Ortega y Gasset zal geen volledig antwoord kunnen bieden op de vraag waarom wij mensen ondanks alle raadgevingen door de eeuwen heen steeds weer in de valkuilen van overconsumptie en het stillen van niet noodzakelijke verlangens vallen. Al was het alleen al omdat zijn theorie zich concentreert op een mentaliteit die volgens hem is ontstaan in de negentiende eeuw. Voor een beter beeld zal ik me verder moeten verdiepen in wat anderen hierover hebben gezegd, niet alleen filosofen maar ook sociologen en andere wetenschappers. En dan nog, geheel volgens de filosofische traditie, zal ieder gevonden antwoord waarschijnlijk weer nieuwe vragen oproepen. Toch is het een mateloos interessante vraag, en zelfs onvolledige antwoorden kunnen bijdragen aan meer begrip. En wellicht zelfs aan meer handelingsperspectief. Voor een betere wereld, ik blijf er voorlopig rotsvast in geloven.