/

Vleestaks – goed idee of niet?

Start

Minder vlees eten is beter voor mens, dier en milieu. Is een vleestaks instellen een goed idee? Onderzoek voor ‘Oriëntatie op Bestuur, economie en duurzaamheid’, 1e jaar Filosofie en Burgerschap aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie. 

Foto: supermarkt in Sardinië, W. Mulder

Onderzoek: is het al dan niet wenselijk om een belasting op vleesproducten in te voeren.

INHOUD

I Vleesconsumptie en –productie in cijfers en de effecten op milieu, klimaat en gezondheid.

  • Vleesconsumptie
  • De effecten van de bio industrie en vleesconsumptie op het milieu, het klimaat en de menselijke gezondheid
  • Vlees, zuivel, export en ethiek
  • Subsidies, belastingen, accijnzen

II Ethische overwegingen

  • De politiek identiteit van Nederland: van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij
  • Problemen met de participatiemaatschappij
  • Wat betekent dit in ethische zin?
  • Positieve en negatieve vrijheid
  • Vleestaks en politieke dwang
  • Ethische dilemma’s inzake de vleesconsumptie en -productie
  • Conclusie

III Geen vleestaks, wat dan wel? Ratio versus emotie.

  • Rolmodellen: vegetariërs en veganisten
  • Een rijtje illustere vegetariërs
  • Vleesalternatieven

Bronvermelding

I Vleesconsumptie en –productie in cijfers en de effecten op milieu, klimaat en gezondheid.

Vleesconsumptie

De huidige vleesconsumptie van de gemiddelde Nederlander bedraagt circa 77 kg karkasgewicht* per jaar. In 1950 was dit zo’n 36 kg per persoon per jaar. Nederlanders eten 2,2 keer zo veel vlees als de gemiddelde wereldburger. In de Verenigde Staten bedraagt de vleesconsumptie zo’n 118 kg per persoon per jaar. In India eet men nu gemiddeld zo’n 4,2 kg vlees per persoon per jaar. Met het stijgen van de welvaart is de verwachting dat ook daar de vleesconsumptie omhoog gaat. (Dagevos et al. 2019

* karkasgewicht: vlees inclusief botten, huid en overig dierlijk materiaal.

Ecologische boer en onderzoeker Simon Fairlie stelt dat veeteelt duurzaam kan zijn onder enkele randvoorwaarden. Wereldwijd is er dan jaarlijks per persoon 18 kilo vlees beschikbaar en 39 liter melk of 3 kilo kaas. (S. Fairlie, 2009)


De effecten van de bio industrie en vleesconsumptie op het milieu, het klimaat en de menselijke gezondheid

Het milieu is onze biologische leefomgeving, ofwel alles om ons heen. De bio-industrie (intensieve veehouderij) heeft een negatieve invloed op lucht, water en bodem door uitstoot van nitraat, fosfaat en ammoniak. Voor de productie van 1 kilo rundvlees is 15.500 liter water nodig, voor varkensvlees is dat 4.800 en kip 3.900 liter per kilogram. Bovendien wordt er heel veel diervoedsel* verbouwd voor de vleesproductie en landbouwgrond gaat vaak ten koste van bos of andere natuur.

* De hoeveelheid diervoedsel die nodig is om 1 kg vlees of vis te produceren:

  • 8 kg voor rundvlees
  • 5 kg voor varkensvlees
  • 2,5 kg voor kippenvlees
  • 5 kg visvoer voor zalm (aquacultuur)

Het klimaat is het gemiddelde weer van de afgelopen 30 jaar. Het houden van vee heeft wereldwijd een groot effect op het klimaat door de uitstoot van methaan. Methaan is net als CO2 een broeikasgas, maar dan sterker. Het broeikaseffect wordt veroorzaakt door gassen die in onze atmosfeer de zonnestraling wel doorlaten naar het aardoppervlak, maar de terugkerende straling (warmte) tegenhouden. Broeikasgassen werken dus als een soort deken voor de aarde en zorgen ervoor dat de aarde opwarmt. (S. Dietz, 2017)

Opwarming van de aarde wordt in verband gebracht met diverse natuurrampen, van overstromingen tot branden, langdurige droogte en het vrijkomen van ziekteverwekkers, o.a. door het smelten van gletsjerijs. Ook veroorzaakt opwarming van de aarde een teruggang van biodiversiteit en verkleint het de leefbare habitat voor mensen en dieren.

Van alle dierlijke bronnen van eiwit – vlees, vis, melk, yoghurt, eieren, kaas – heeft vleesproductie de grootste impact op het klimaat. In Nederland veroorzaakt vlees veertig procent van de klimaatbelasting van de gemiddelde burger. Wereldwijd is de veehouderij goed voor 14,5 procent van de uitstoot van broeikasgassen door mensen. (S. Dietz, 2017)

De ernstige wereldwijde gevolgen van het broeikaseffect, c.q. opwarming van de aarde, en de grote impact van menselijk handelen, is voor veel mensen een lastig verhaal, en moeilijker te accepteren dan bijvoorbeeld de effecten op het directe leefmilieu. Deze zijn immer veel beter zichtbaar. Bovendien is het niet alleen de vleesindustrie die (flink) bijdraagt aan de opwarming van de aarde; transport, industrie en ‘fracking’, maar ook bijvoorbeeld koken op houtvuur, (climatneutralgroup) spelen een aanzienlijke rol. De boodschap dat er minder vlees gegeten en geproduceerd moet worden vanwege klimaatschade is dus wel legitiem, maar moeilijk te communiceren en kan rekenen op stevig verzet, zoals onlangs bij de boerenprotesten.

Menselijke gezondheid

Consumptie: de consumptie van vlees wordt in verband gebracht met diverse ziekten, met name rood vlees en bewerkt vlees worden vaak aangewezen als carcinogeen. In een groot aantal rapporten, waaronder het RIVM rapport Wat ligt er op ons bord?, wordt geconcludeerd dat minder vlees eten aantoonbaar leidt tot minder welvaartsziekten.

Leven in de omgeving van een veeteeltbedrijf: bewoners van plattelandsgemeenten met veel intensieve veeteelt krijgen vaker een longontsteking dan bewoners van gebieden met weinig veeteelt. Dat blijkt uit de RIVM onderzoeken naar Veehouderij en Gezondheid Omwonenden.

Zoönosen: zoönosen zijn dierziekten die besmettelijk zijn voor de mens. Soms kan er door mutatie een variant ontstaan die van mens op mens overdraagbaar is. Maar ook zonder mutatie zijn deze zoönosen een groot gevaar voor de volksgezondheid, aldus professor Hans Zaaijer, hoogleraar Bloedoverdraagbare Infecties. Volgens Zaaijer is de Nederlandse intensieve veehouderij een tikkende tijdbom, omdat er maar weinig plekken ter wereld zijn waar zo veel dieren zo dicht op elkaar worden gehouden en zo dicht in de buurt van mensen als in ons land. Dit maakt de infectiedruk zeer hoog en vergroot de kans op een pandemie. Bloed wordt door bloedbank Sanquin onder andere gescreend op zoönosen. Daaruit blijkt dat in Oost-Brabant 1 op de 10 mensen besmet is geraakt met de bacterie Coxiella burnetti, de verwekker van Q-koorts. In 2008 is een grote uitbraak van Q koorts geweest, een geitenziekte waar ook mensen (ernstig) ziek van kunnen worden. Er zijn toen 3000 mensen besmet geraakt. Het actuele COVID 19-virus is naar alle waarschijnlijkheid ook een zoönose, dit wordt nog nader onderzocht. (Lagarde, A. 2015)

Vlees, zuivel, export en ethiek

De vleesproductie in Nederland loopt niet in lijn met de vleesconsumptie. In de hiernaast getoonde figuur valt op dat in Nederland een overschot aan kalveren en varkens wordt gehouden, deze worden voor een heel groot deel naar het buitenland geeëxporteerd. Opmerkelijk is dat kalfsvlees wordt geëxporteerd, en rundvlees wordt geïmporteerd. (Berkhout,P.) (Financieel Dagblad)

Nederlandse koeien worden vooral gehouden voor de productie van zuivel, waarvan het merendeel wordt geëxporteerd.

Het verminderen van de vleesproductie heeft een directe relatie met de export van vlees en zuivelproducten (met name kaas).

Dit roept een aantal ethische vragen op.

Het verminderen van de vleesconsumptie, vanwege haar impact op volksgezondheid, milieu en klimaat, is niet los te weken van de manier waarop de Nederlandse agricultuur is ingericht. Minder vlees eten staat niet geïsoleerd van minder vlees en zuivel produceren en exporteren. Er is een directe economische relatie en het terugdringen van vleesconsumptie vraagt niet alleen om een verandering van consumentengedrag, maar om een ingrijpende transitie van ons voedsellandschap.

Het is een belangrijke ethische kwestie hoe, in hoeverre en met welke middelen de overheid wil, kan en mag ingrijpen in de zowel persoonlijke als beroepsmatige levenssfeer van mensen.             

Subsidies, belastingen, accijnzen

Het verstrekken van financiële steun of het opleggen van belastingen zijn middelen waarmee de overheid invloed uitoefent op consumptie, productie en handel. De mate waarin en de wijze waarop is altijd precair, niet altijd gemakkelijk verenigbaar met democratische principes en doet ook altijd een beroep op de moraal.

Kritische burgers, belangenorganisaties en andere partijen zullen altijd vragen stellen over het opleggen van belastingen en het verstrekken van voordelen. Zo ligt de door de Europese Unie gefinancierde campagne “Kip, het meest veelzijdige stukje vlees” al jarenlang onder vuur (H. van Bommel, 2008) en zijn er onlangs nog vragen gesteld over gratis STER zendtijd voor boerenorganisaties. (E. Ouwehand, 2020) De organisatie Wakker Dier heeft een onderzoek ingesteld naar de EU financiering van de ‘Eet meer vlees’ campagnes. (St. Wakker Dier, 2020)

Ook de diverse landbouwsubsidies roepen vragen op. De Algemene Rekenkamer deed onderzoek naar de verdeling van landbouwsusbidies en concludeerde oa. het volgende: “Met de EU-steun hebben de meeste boeren in Nederland een hoger netto inkomen dan het doorsnee inkomen van alle werkenden. Dat is vaker het geval bij boeren met grotere dan kleinere landbouwbedrijven. Verder blijkt dat boeren met een vleeskalverenbedrijf of een zetmeelaardappelbedrijf hun inkomen met name uit EU-steun halen.” (Algemene Rekenkamer, 2019)
Het verminderen van vleesconsumptie, door een vleestaks of door andere maatregelen, valt niet te rijmen met het stimuleren en subsidiëren van de vleesindustrie.

Het invoeren van een vleestaks betekent dat er meer btw (21% ipv 9%) of accijns op vlees wordt geheven. Het hanteren van het hoge btw tarief is vreemd, omdat alle overige voedingsmiddelen onder het 9% tarief vallen. Accijns lijkt acceptabel, omdat vleesconsumptie- en productie schadelijk is voor de gezondheid en voor het milieu, waarmee het past in de doelstellingen van accijns heffen.

Het doel van accijns (Accijnsaangifte)

Er zijn twee redenen waarom de overheid heeft besloten om accijnzen te gaan heffen op bepaalde producten. De eerste en belangrijkste reden is dat het meer inkomsten oplevert voor de regering. Dit geld kan vervolgens weer in andere dingen worden geïnvesteerd, zoals het onderwijs of de zorg. De tweede reden waarom accijns wordt geheven, is om het gebruik van bepaalde producten te remmen. Dit kan zijn omdat deze producten schadelijk zijn voor iemands gezondheid of voor het milieu. Roken en het drinken van veel alcohol zijn bijvoorbeeld erg schadelijk voor de gezondheid. Het verbranden van brandstoffen heeft weer negatieve effecten op het milieu. De gedachte is dat door deze producten duurder te maken,  de verkoop ervan wordt afgeremd.

Wat echter niet over het hoofd gezien mag worden, is dat voor veel mensen het eten van vlees wordt gezien als een primaire levensbehoefte. Wanneer dit, net als alcohol en sigaretten, belast wordt, voelen mensen zich aangetast in een fundamenteel recht. Overigens is ook het heffen van accijns ‘an sich’ discutabel; past het de overheid wel om middels extra belastingen in te grijpen in het consumptiegedrag van burgers? En daarmee om direct in te grijpen in de bedrijfsvoering van vleesproducerende bedrijven, door hun producten kunstmatig duurder te maken? Wordt dit effect dan vereffend door weer meer subsidies te verstrekken?

Los daarvan zal het zo zijn dat vlees door een vleestaks minder bereikbaar wordt voor mensen met een lager inkomen. Inkomensongelijkheid wordt dan direct zichtbaar op je bord. De TAPP coalitie (True Animal Protein Price coalitie), met als vertegenwoordigers o.a. oud-minister Jan Terlouw, stelt voor een dergelijk inkomensongelijkheid op te heffen door het inrichten van een Fonds Eerlijke Voedselprijzen van waaruit onder meer steun aan lagere inkomens kan worden verstrekt.

Kortom; het invoeren van een vleestaks vergroot inkomensongelijkheid óf vraagt met een initiatief zoals het Fonds Eerlijke Voedselprijzen om vergaande administratieve handelingen; grijpt diep in op individuele keuzevrijheid, op de vleesproductie en vleeshandel, en kan hoogstwaarschijnlijk rekenen op flinke weerstand van zowel consumenten als bedrijfsleven. Daarnaast vraagt het invoeren van een vleestaks of andere maatregelen om een kritische beschouwing van subsidies voor vleesproducenten en vleeshandelaren.

II Ethische overwegingen

Ethiek in Beleid, Ministerie van EZ, Landbouw en Innovatie  
‘De ethische dimensie van beleidsvraagstukken wordt niet altijd direct herkend. In de beleidspraktijk ligt de nadruk van oudsher veelal op een technische en op (wetenschappelijke) feiten gebaseerde benadering van beleidsproblemen. Dat leidt eerder tot de vraag hoe we iets moeten oplossen dan tot de vraag waarom iets eigenlijk een probleem is. Juist de waarom vraag geeft meer inzicht in de achtergrond van het probleem, omdat het antwoord ons leidt naar de morele waarden en principes van mensen die meespelen. De gevoelens en emoties die rond verschillende onderwerpen leven komen vaak voort uit deze waarden en principes. Over deze waarden en principes gaan we minder vaak het gesprek aan.

Ethische afwegingen vinden vaak impliciet plaats. Dat zorgt ervoor dat sommige groepen in de samenleving zich niet gehoord en begrepen voelen. Zij zien immers niet dat tegemoet wordt gekomen aan publieke waarden die belangrijk worden gevonden en vaak missen ze ook de uitleg waarom dat niet gebeurt. Als gevolg hiervan bestaat het risico dat er onvoldoende draagvlak is voor beleidsmaatregelen, het beleid niet of onvoldoende tot uitvoering komt en daardoor onvoldoende effect sorteert.’ (A. Oppers, 2011)

Om tot doordachte morele besluitvorming te komen is het noodzakelijk om ethische dilemma’s in beeld te brengen. Ook is het noodzakelijk om het vertrekpunt vanwaaruit gefilosofeerd wordt in kaart te brengen; wat is de Nederlandse politieke identiteit vanwaaruit wetgeving en andere besluitvorming tot stand komt?

De politiek identiteit van Nederland: van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij.

Nederland is in de loop van de vorige eeuw een verzorgingsstaat geworden met een uitgebreid stelsel van uitkeringen, publieke gezondheidszorg, onderwijs en een groeiend aantal ambtenaren,  gefinancierd vanuit stijgende belastingen en premieopbrengsten. In de jaren tachtig bleek de verzorgingsstaat onbetaalbaar te zijn waarna flinke bezuinigingen werden doorgevoerd.

Enkele jaren geleden werd ingezet  op de participatiesamenleving. Dit houdt in dat de overheid de organisatie van verantwoordelijkheden op sociaal gebied elders in de samenleving legt. De centrale overheid stoot haar verantwoordelijkheden op het gebied van onder meer zorg en sociale zekerheid af. Bron: Wikipedia

‘Van iedereen die dat kan wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving.’ Dat is de zin waarmee koning Willem-Alexander in 2013 het begrip participatiesamenleving introduceert. (W. Verschoor, D. de Bruijn, 2017)

Problemen met de participatiemaatschappij:

‘Een harde definitie van het begrip participatiesamenleving ontbreekt en er zijn geen streefdoelen gesteld. Naar schatting 250.000 burgers zijn actief in onder meer maatschappelijke organisaties. Terwijl er volgens diezelfde schatting ongeveer 3,4 miljoen mensen nodig zijn om van een werkelijke overgang naar een participatiemaatschappij te kunnen spreken.’ (B. de Vries, I. Oostveen, 2017)

Kabinet Rutte III, citaat uit het regeerakkoord

‘Het kabinet biedt ruimte aan initiatieven van burgers en verenigingen in de samenleving. In overleg met gemeenten willen wij daarom via een Right to challenge-regeling burgers en lokale verenigingen de mogelijkheid geven om een alternatief voorstel in te dienen voor de uitvoering van collectieve voorzieningen in hun directe omgeving. Daarbij gaat het om zaken als het onderhoud van een park, het beheer van sportvelden of andere maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast gaan we samen met enkele gemeenten experimenteren met een recht op overname, waarbij lokale verenigingen of buurtbewoners het eerste recht krijgen om maatschappelijke voorzieningen over te nemen en de bijbehorende functie voort te zetten.’

Wat betekent dit in ethische zin?

Bovenstaande achtergrondinformatie laat zien dat de Nederlandse politiek identiteit er één is waarbij belang gehecht wordt aan zorg en een sociaal vangnet geregeld door de overheid, maar waarbij burgerinitiatieven en zelfredzaamheid een steeds grotere rol gaan spelen. De oude verzorgingsstaat is ongewenst geworden door te hoge kosten en het alternatief, de participatie-samenleving, komt nog niet goed van de grond maar staat wel op de agenda van het kabinet.

Positieve en negatieve vrijheid

Premier Rutte schijnt fan te zijn van Isaiah Berlin; de filosoof die duidelijk stelling nam inzake positieve en negatieve vrijheid. Hieronder een deel van een artikel uit Filosofie Magazine

Positieve en negatieve vrijheid – Isaiah Berlin (1909-1997)
Van positieve vrijheid is volgens Berlin sprake als mensen ‘meester over zichzelf zijn’. Daartegenover plaatst hij de negatieve vrijheidsopvatting: de afwezigheid van dwang door andere mensen. 

Probleem Positieve vrijheid laat zich makkelijk misbruiken. Mag iemand die rookt, zwicht voor de vette hap en lui op de bank hangt zichzelf autonoom noemen? Weliswaar is niet letterlijk sprake van slavernij, gaat de redenering, maar hij ligt wel aan de ketting van zijn irrationele verlangens. Dan ligt het voor de hand om hem een handje te helpen, desnoods met dwangmiddelen. Berlin laat zien dat zo de deur open komt te staan voor een riskante politiek van goede bedoelingen. Onder het mom van bevrijding kunnen immers tal van maatregelen worden verdedigd – waarvan ‘leeftstijlinterventies’ nog relatief onschuldig zijn.
Oplossing De enige echte vrijheid is de negatieve versie. Alleen daarmee wordt voorkomen dat forse ingrepen worden verkocht als maatregelen die ons in werkelijkheid zouden bevrijden. Zulke beperkingen zijn soms onvermijdelijk – denk aan de maximumsnelheid op de snelweg –, maar ze blijven vormen van dwang. Ingrijpen in iemands leven én pretenderen dat van bevoogding geen sprake is, gaat niet. Dat is van twee walletjes eten. Niemand die ons zo scherp op deze listige valkuil wees als Isaiah Berlin. (S. Valkenberg, 2012)18


Vleestaks en politieke dwang

In een samenleving die zowel een (gedeeltelijke) verzorgingsstaat is, als een steeds grotere verantwoordelijkheid en mate van zelfbeschikking bij burgers neerlegt, is het al dan niet heffen van een vleestaks een bijzonder veelzeggende casus. Enerzijds is het, mede door de grote hoeveelheid betrouwbaar onderzoeksmateriaal, zonneklaar dat minder vlees eten – én minder vlees produceren!- noodzakelijk is omdat de huidige koers een grote negatieve impact heeft op de gezondheid van mensen en op het klimaat. Anderzijds is het ingrijpen in het consumptiegedrag en in de bedrijfsvoering van mensen; of dat nu door een vleestaks of door leefstijlinterventie gebeurt en hoe aannemelijk het ook is om dit te doen, een vorm van politieke dwang die haaks staat op de behoefte om een actiever participerende maatschappij te worden.


Ethische dilemma’s inzake de vleesconsumptie en -productie

Veel vlees eten is slecht voor de volksgezondheid en leidt tot hogere zorgkosten. Zorgkosten worden door de hele bevolking betaald, ook door mensen die goed op hun gezondheid letten.

Een gezonde levensstijl inzetten als middel om zorgkosten te verminderen en de gezondheid van mensen te verbeteren is veelomvattender dan alleen vleesconsumptie en werkt alleen als dit breed wordt ingezet. *

Vleesconsumptie kan verminderd worden door middels een vleestaks een financiële drempel op te werpen.

 Nederland wil geen staat zijn die met dwang bepaalt wat er op iemands bord ligt**

Een vleestaks leidt tot grotere inkomensongelijkheid óf tot meer administratieve handelingen.

Dieren zijn wezens met gevoel en een wil tot leven, wat geeft ons het recht om ze te doden en op te eten?

Voor veel mensen zijn dieren, met name de dieren bestemd voor de vleesproductie, bedoeld om ten dienste te staan van mensen. Vlees eten is een ‘natuurrecht’.

De omstandigheden waarin productiedieren leven zijn buitengewoon slecht.

Mensen ontkoppelen dierenleed van hun eigen vleesconsumptie.

Veel Nederlands vlees is bestemd voor de export.

Indien de vraag blijft bestaan kan het stoppen van onze export betekenen dat de vleesproductie elders wordt opgeschaald.

Nederlandse exporterende boeren ontvangen hoge Europese subsidies

Het stopzetten van subsidies leidt tot bedrijfssluiting en werkloosheid, tenzij de boeren worden omgeschoold.

* NOS: De echte oplossing voor de stijgende zorgkosten ligt niet bij de zorg, maar bij het onderwijs. Een gezondere leefstijl kan veel klachten voorkomen en preventie zou daarom in het onderwijs verankerd moeten worden. Dat staat in een opiniestuk in het FD, dat is ondertekend door 44 hoogleraren, bestuursvoorzitters en medici.

** De Groene: “Als je op hamsteren werd betrapt, kon je in het Roemenië van Ceaușescu straf tegemoet zien.Ceaușescu had namelijk besloten dat een Roemeen jaarlijks niet meer dan 39 kilo vlees, 78 liter melk en 166 kilo groente nodig had.” https://www.groene.nl/artikel/hamsteren-toen-en-nu


Conclusies

Uit het bovenstaande mag worden geconcludeerd dat:

  • Vleesconsumptie verminderd moet worden in verband met de negatieve impact op gezondheid en de daardoor stijgende zorgkosten, en de impact op milieu en klimaat;
  • Vleesproductie en –handel derhalve ook flink verminderd moet worden;
  • Het instellen van een vleestaks niet past bij de participatiemaatschappij die Nederland wil worden;
  • Gedragsverandering bij consumenten niet bereikt wordt met het instellen van een belasting op vleesproducten, deze zal eerder weerstand oproepen;
  • Vppr veel mensen is vlees eten een recht, ondanks het aantoonbare dierenleed (dit wordt ontkoppeld). Dierenleed is dus niet de sterkste motivator;
  • Subsidies voor en belastingen op vleesconsumptie, vleesproductie en vleeshandel kritisch en in relatie tot elkaar moeten worden bekeken, niet alleen in Nederlands, maar in Europees verband.

III Geen vleestaks, wat dan wel? Ratio versus emotie.

De feiten die pleiten voor een sterk verminderde vleesproductie en -consumptie, zijn overweldigend en kunnen niet rationeel worden ontkend. Ratio heeft echter weinig invloed op gedragsverandering. Mensen reageren niet rationeel als ze het gevoel hebben dat er iets wordt afgepakt, als ze iets moeten inleveren, als er aan rechten worden getornd.

Afpakken en straffen zijn, zoals de pedagogiek al overtuigend heeft aangetoond, contraproductieve dwangmethoden en zullen leiden tot protest en ontduiking. Wat wél werkt is het aanspreken op gevoel, het creëren van een gezamenlijk doel, het opvoeren van rolmodellen en het bieden van aantrekkelijke alternatieven.

Rolmodellen: vegetariërs en veganisten

Het bewust niet willen eten van vlees of zelfs van alle dierlijke producten, is niet nieuw. Al eeuwen lang zijn er mensen die zich nadrukkelijk uitspreken tegen het opeten van dieren. En niet alleen tegen het opeten, maar ook tegen de vaak bijzonder slechte omstandigheden waarin dieren leven en het leven laten.

“We have enslaved the rest of the animal creation and have treated our distant cousins in fur and feathers so badly that beyond doubt, if they were able to formulate a religion, they would depict the Devil in human form.” — William Ralph Inge

Ergens in de geschiedenis, misschien wel bij de filosoof Aristoteles, is het idee ontstaan dat de mens van een hogere soort is dan dieren, waarmee we ons gelijk het recht toe-eigenen om dieren als product te zien.

“Aangezien de natuur niets onvolledigs maakt, en niets er zomaar voor niets is, moet de conclusie zijn dat de natuur alle dieren gemaakt heeft omwille van de mens.” – Aristoteles

Het aanduiden van dieren als producten is vrij normaal taalgebruik, zoals ook in dit advies valt te lezen. Maar een dier is natuurlijk geen product, net zo goed als een mens geen product is. Wij zijn levende wezens, met behoeften en rechten. Vegetariërs, veganisten en dierenactivisten van alle tijden zetten zich in voor het recht op een goed leven, en om niet opgegeten te worden, van dieren.

Pythagoras de vegetariër, schilderij van Rubens

Een rijtje illustere vegetariërs:

  • Pythagoras (572 v.Chr. – 500 v.Chr.) “Zolang mensen dieren blijven vermoorden, zullen mensen elkaar blijven doden. Hij die het zaad van moord en pijn zaait, zal nooit vreugde en liefde kunnen oogsten.”
  • Leonardo Da Vinci (1452 – 1519)“Als de mens vrijheid wil, waarom houdt hij dan vogels en dieren in kooien? Wij leven door de dood van anderen!” Da Vinci zei ook dat zijn lichaam geen tombe voor andere wezens zou zijn en onthield zich dus van vlees.
  • Filosoof Voltaire (1694 – 1778) “Mensen gevoed door slachting en het drinken van sterke dranken, hebben allemaal gevangen en dor bloed dat hun op honderd verschillende manieren gek maakt.”
  • Uitvinder Nikola Tesla (1856 – 1943) “Vegetarisme is een lovenswaardig vertrekpunt van de gevestigde barbaarse gewoonte. Dat we kunnen leven op planten als voeding en tegelijkertijd ons werk goed kunnen uitvoeren is geen theorie, maar een wel bewezen, aangetoond feit.”
  • Albert Einstein (1879-1955) “Niets zal de menselijke gezondheid zo ten goede komen en de kansen op overleving van het leven op aarde zoveel vergroten als de evolutie naar een vegetarisch dieet.”

Bron: IS Geschiedenis

Ook nu zijn er veel beroemdheden die het eten van dieren hebben afgezworden en zich inzetten voor dierenrechten. Goed voorbeeld doet volgen; aansprekende rolmodellen hebben veel invloed, vooral op jongeren. Overigens is flink minder vlees eten al een hele goede zaak, daar kan de aandacht vooral op gevestigd worden.

Vleesalternatieven

Het verminderen van vleesconsumptie is gebaat bij een positieve aanpak. Niet het verbieden van vlees, maar het promoten van alternatieven is kansrijk. Ook voor de huidige vleesproducenten liggen er kansen bij de vleesalternatieven. Wereldwijd groeit de verkoop van ‘nepvlees’ gestaag, (S. van Rompaey, 2019)  met zelfs een flinke piek tijdens de huidige coronacrisis. Vleesalternatieven zijn veelal duurzaam, aantrekkelijk en smakelijk. Een aantal grondstoffen hiervoor is goed te produceren op Nederlandse bodem en Nederland is actief in de ontwikkeling van innovatieve vleesalternatieven. Voor boeren en andere producenten zijn er volop mogelijkheden om tot een aanbod te komen dat meer plantaardig, duurzaam en toekomstbestendig is. (Voor de Wereld van Morgen) (De beleving van de transitie naar kringlooplandbouw)

De overheid kan bij zowel consumenten als producenten de transitie naar een meer plantaardig bestaan ondersteunen met o.a. voorlichting, lessen op school en (kook)lessen voor volwassenen, voorlichting over en promotie van circulaire landbouw, het beter verankeren van dierenrechten, en natuurlijk ook waar nodig met subsidieverstrekking.

Advies: invoering van een vleestaks is niet wenselijk en contracproductief. Invoering en uitbreiding van maatregelen ter bevordering van een gezondere levensstijl, minder vleesconsumptie, een duurzamere Agricultuur en een betere verankering van dierenrechten zijn wenselijk en effectief. Ondersteun consumenten en producenten bij de transitie naar een meer plantaardig bestaan.

Bronvermelding

  1. Dagevos, H., Verhoog,D., Van Horne, P. en Hoste, R. (2019). Vleesconsumptie per hoofd van de bevolking in Nederland, 2005-2018. Wageningen Economic Research, Nota 2019-108.
  2. Nieuwenhuis, E. (2016, 21 september). Waarom we nog steeds vlees eten en hoe we dat kunnen veranderen. Vrij Nederland. https://www.vn.nl/waarom-we-nog-steeds-vlees-eten-en-hoe-we-dat-veranderen-2/ Quote van Simon Fairlie uit zijn boek Meat, A Benign Extravaganza(2009)
  3. Dietz, S. (2017, 28 juni). Wat is het verschil tussen milieu en klimaat? https://www.hier.nu/themas/klimaatverandering/wat-is-het-verschil-tussen-milieu-en-klimaat
  4. Redactie Climat Neutral Group. Nederland sluit zich aan bij de ambitieuze doelen van de global alliance for clean cookstoves. (z.d.). https://www.climateneutralgroup.com/nieuws-compenseren/nl-sluit-zich-aan-bij-de-ambitieuze-doelen-van-de-global-alliance-for-clean-cookstoves
  5. Van der Zande, A. (2016). “Wat ligt er op ons bord?” https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2016-0200.pdf
  6. Lagarde, A. (2015, 22 december). Huidige vleesconsumptie al op korte termijn onhoudbaar. nl. https://www.scientias.nl/huidige-vleesconsumptie-al-op-korte-termijn-onhoudbaar
  7. Berkhout, P. (feb 2020), Scenariostudie perspectief voor ontwikkelrichtingen Nederlandse landbouw in 2050. Wageningen University & Research
  8. Ander menu, maar Nederland kan ook eten als andere landen hamsteren. Financieel Dagblad
  9. Van Bommel, H. (24-4-2008) Geen eu-subsidie voor gekakel over kip. SP
  10. Ouwehand, E. (21-4-2020). STER werkt mee aan boerenbedrog door zendtijd voor FDF en Agractie, Partij voor de Dieren
  11. EU subsidies voor ‘Eet meer vlees campagnes’ (feb 2020) Wakker Dier
  12. Aanzienlijk deel inkomenssteun EU naar Nederlandse boeren met 2 keer modaal of meer. (15-5-2019) Algemene Rekenkamer
  13. Wat is accijns en waarom betalen we het? Accijnsaangifte
  14. Fonds Eerlijke Voedselprijzen
  15. Oppers, A. (2011). Ethiek in Beleid, waarden wegen met gevoel en verstand Ministerie van EZ, Landbouw en Innovatie
  16. Verschoor, W., enDe Bruijn, D. (2017) Participatiesamenleving anno 2017: volop kansen. Movisie
  17. de Vries, B., en Oostveen, I. (2017, 17 september). De participatiemaatschappij is vooral iets voor hoogopgeleiden. https://nos.nl/artikel/2193442-de-participatiesamenleving-is-vooral-iets-voor-hogeropgeleiden.html
  18. Rijksoverheid, Kabinet Rutte III, citaat uit het regeerakkoor
  19. Valkenberg, (2012) Positieve en negatieve vrijheid Filosofie Magazine
  20. De echte oplossing voor de stijgende zorgkosten ligt niet bij de zorg ( 4 juli 2020) NOS
  21. Feticu, M. (26-3-2020) Hamsteren toen en nu. De Groene
  22. Beroemde vegetariëres uit de geschiedenis. IS Geschiedenis
  23. Van Rompaey, S. (22-5-2019). Ongekende groeikansen voor vleesvervangers, Retaildetail
  24. Deze boeren wijzen de weg uit de stikstofcrisis. Voor de Wereld van Morgen.
  25. Rapport van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: “De beleving van de transitie naar kringlooplandbouw”, 16-6-2019